FELV

FelV

FelV staat voor Feline Leukemie Virus = kattenleukemie.

Wat is FelV?

FelV (in de volksmond vaak uitgesproken als Feline-V) is een virusziekte met een dodelijk verloop, die zich op verschillende manieren kan uiten. Net zoals bij FIV tast FelV het immuunsysteem van de kat aan. Hierdoor wordt de kat gevoelig voor infecties. Daarnaast activeert het virus vorming van tumoren, zoals leukemie./

 Niet alle katten, die het virus binnenkrijgen, worden ziek. Het afweermechanisme van de kat kan het virus elimineren. Als het afweermechanisme tekortschiet, blijft het virus aanwezig en kunnen de eerste ziektesymptomen zich uiten tussen 3 en 36 maanden nadat het dier geïnfecteerd is geraakt. Vier tot zes weken na het moment waarop de kat besmet wordt, kan het virus al in het bloed worden aangetoond. De katten zijn op dat moment ook besmettelijk voor hun omgeving.

Besmetting

Het virus dat FelV veroorzaakt, wordt hoofdzakelijk door rechtstreeks contact doorgegeven. het virus is kwetsbaar en kan slechts kort overleven buiten zijn gastheer. Een kat kan het virus vooral krijgen door contact met speeksel (dit beval hoge concentraties virus) maar ook door bloed, ontlasting en urine van andere katten.

 Ongeboren kittens kunnen in de baarmoeder al geïnfecteerd worden. Dit kan leiden tot een abortus of afwijkingen aan de vrucht. Er kunnen ook gezonde kittens geboren worden: deze zijn dan wel geïnfecteerd en blijven virusdrager. In de praktijk kan een kat die uit hetzelfde bakje eet als een kat met FelV de ziekte krijgen. Ook door sociaal contact kunnen katten de ziekte krijgen, bijvoorbeeld door elkaars vacht te verzorgen.

 Verhoogde gevoeligheid

Niet alle katten, die met FelV in aanraking komen, worden ziek. Een gezonde, sterke, volwassen kat met een goede weerstand heeft een goede kans om het virus te bestrijden en er dus niet ziek van te worden. Maar: er kunnen ook katten zijn die na een besmetting niet ziek zijn of nog geen ziekteverschijnselen hebben, mar wel besmettelijk zijn voor hun omgeving.

Er bestaat een leeftijdsresistentie. Bij jonge kittens zal 70-100% ziek worden, bij kittens van 8 tot 12 weken wordt 30% tot 50% ziek en bij volwassen katten minder dan 10% tot 20%. Het is ook sterk afhankelijk van de weerstand die een kat heeft.

Symptomen

Er zijn veel verschillende symptomen bekend. De bekendste is leukemie (bloedkanker) of maligne lymfoom. Dit laatste kan zich uiten in vergrote lymfeknopen. Tumorvorming in organen als milt en lever wordt ook veel gezien. Afhankelijk van waar de tumoren zich bevinden, kunnen er verschillende klachten optreden, variërend van benauwdheid tot verlammingsverschijnselen, bloedarmoede, vermagering en diarree.

Ook worden allerhande problemen met de voortplanting (niet zwanger raken, spontane abortussen, kittens die dood geboren worden of na de geboorte sterven) met FelV in verband gebracht. En net als bij FIV is er sprake van ondermijning van het immuunsysteem, waardoor de kat erg gevoelig wordt voor allerlei infecties. Er worden zelfs vaker ziektebeelden door de immunosuppressie geconstateerd, dan dat er leukemie ontstaat. Voorbeelden van de ziektebeelden zijn: atypische bacteriële infecties (vaak terugkerende koorts die wel op antibiotica reageert), tandvleesontstekingen en abcessen aan tand- en kieswortels etc.

Diagnose

Van dieren die ziek worden en die van een FelV-infectie kunnen worden verdacht, wordt vaak een bloedmonster genomen. Serieuze fokkers laten hun fokdieren standaard periodiek testen op de aanwezigheid van FelV in de bloedbaan, ook al vertonen zij geen ziekteverschijnselen en is de kans dat zij in aanraking zijn geweest met FelV extreem klein.

Het probleem bij deze testen is echter, dat katten die enkele weken daarvoor geïnfecteerd zijn, maar druk bezig zijn het virus te doden, positief getest kunnen worden terwijl de uitslag bij dezelfde kat in en later stadium, enkele maanden later, negatief (dus: geen FelV-besmetting) kan uitvallen. Ook komen er veel vals positieve uitslagen voor. Als een uitslag positief is met een SNAP-test, moet deze voor de zekerheid naar een gespecialiseerd laboratorium gestuurd worden ter bevestiging. Daarna kan pas met honderd procent zekerheid worden vastgesteld of de ziekte aanwezig is.

De bloedtest door middel van een SNAP-test (ELISA) is zeer betrouwbaar in het geval van een negatieve uitkomst. Mocht een kat kort erna toch ziek worden, dan kan het zijn dat het dier binnen die vier tot zes weken na besmetting getest is: op dat moment is het virus nog niet in het bloed aantoonbaar. Desondanks is een bloedtest nog de enige beschikbare methode om FelV op te sporen bij een levend dier.

Remedie

Er is geen middel om FelV zelf te bestrijden. Katten die daadwerkelijk ziek worden, zullen uiteindelijk sterven. hoeveel tijd hen nog rest, is afhankelijk van de symptomen en hun weerstand. In de tussentijd moet het dier apart worden gehouden van andere katten, om te voorkomen dat hij of zij andere dieren besmet en moeten de secundaire bacteriële infecties bestreden worden met een antibioticum.

Er wordt wel steeds meer gebruik gemaakt van Interferon (Virbac) en dit lijkt wel succes te hebben. het is echter nu nog niet duidelijk of dit de therapie wordt voor katten met FelV. De bestrijding van de ziekte zal liggen in de preventie en het opsporen van met FelV besmette dieren.

Voorkomen

De enige manier om FelV te voorkomen is dieren binnen te houden of in een ren waar ze geen contact kunnen hebben met katten van buiten. Zorg voor goede hygiënische maatregelen, maak met huishoudmiddelen de ruimtes grondig schoon en desinfecteer de ligplaatsen, voer- en kattenbakken.

Neem uitsluitend nieuwe dieren in huis op, die uit een veilige omgeving komen waar de dieren regelmatig zijn getest, wat het geval zou moeten zijn bij elke serieuze fokker. Er is een enting beschikbaar tegen FelV, maar deze wordt nog niet helemaal betrouwbaar geacht. De kans dat een ingeënte kat de ziekte krijgt, is nog steeds aanwezig.

Bron: Handboek katten fokken - Esther Verhoef

FIV

FIV

FIV: de afkorting voor Feline Immunodeficiëntie Virus = kattenaids.

Wat is FIV?

Kattenaids (FIV) is een virusziekte die verwant is aan de aids die mensen treft (HIV). Het FIV-virus, dat in 1986 voor het eerst opdook, nestelt zich in bepaalde witte bloedcellen van zijn gastheer en verhindert de werking ervan. Deze bloedcellen hebben onder meer de taak om bacteriële aanvallen en infecties te bestrijden. Door de aanwezigheid van het FIV-virus kunnen ze niet meer goed functioneren, met als gevolg dat het dier gevoelig wordt voor de meest uiteenlopende infecties. Katten gaan niet dood aan het virus zelf, maar bezwijken normaal gesproken door de immuun worden van talrijke infecties. Kattenaids is diersoortspecifiek en niet besmettelijk voor mensen of andere dieren. Mensen die een kat met FIV hebben, kunnen dus geen aids krijgen van hun kat.

Besmetting

Besmetting met FIV gebeurt voornamelijk door vechten, bijvoorbeeld als een geïnfecteerde kat een andere kat een bijtwond toedient. Tijdens dekkingen wordt word vaak ook gebeten (nekbeet). Een poes kan op deze manier besmet raken door een geïnfecteerde kater. Zoals nu wordt aangenomen, kunnen kittens besmet raken met FIV in de baarmoeder of door het drinken van moedermelk van een besmette poes. Katten kunnen jarenlang samenleven zonder elkaar te besmetten, zolang ze maar niet vechten, dit in tegenstelling tot FelV.

Symptomen

Het ziekteverloop is vergelijkbaar met 'mensenaids'. Het virus vermenigvuldigt zich relatief langzaam, zodat het erg lang (een aantal jaren) kan duren voor de gevolgen van een FIV-besmetting op gaan vallen. Er kan een keur aan symptomen optreden, zoals allerlei ontstekingen (bijvoorbeeld tandvleesontsteking), zachte ontlasting of diarree, uiteenlopende huidinfecties, steeds terugkerende koorts, lusteloosheid, tumorvorming en vermagering. Ook gedragsveranderingen zijn waargenomen, net als stoornissen in het bewegingsapparaat. Het is daarbij belangrijk om te weten dat FIV zich niet altijd in het gedrag of in de gezondheid van een aangetast dier uit. Het dier kan ondanks een ogenschijnlijk goede gezondheid andere katten besmetten, die er wél ziek van kunnen worden.

Diagnose

Als FIV wordt vermoed, is een eenvoudige bloedtest voldoende om antilichamen tegen FIV aan te tonen. De dierenarts kan een bloedmonster opsturen naar een laboratorium of met een sneltest (SNAP-test) binnen enkele minuten de uitslag geven. De betrouwbaarheid  van de test is in het geval van een negatieve test (de kat heeft de ziekte niet) zeer groot. Bij een positieve test is de betrouwbaarheid niet honderd procent: er zal nog bloed naar een gespecialiseerd laboratorium moeten worden opgestuurd ter bevestiging.

Remedie

Kattenaids kan niet worden genezen. Zodra het duidelijk is, dat een dier aan kattenaids lijdt. kunnen de symptomen een poosje worden onderdrukt door het geven van medicijnen, waaronder Interferon. Deze medicijnen zullen de secundaire infecties bestrijden.

Voorkomen

Er is momenteel nog geen vaccin tegen FIV beschikbaar. Het enige wat een katteneigenaar kan doen om zijn katten tegen kattenaids te beschermen, is ervoor zorgen dat gezonde dieren niet in aanraking kunnen komen met met FIV besmette dieren.

In de praktijk houdt dit in, dat de dieren niet vrij naar buiten mogen: ze mogen wel in een ren of afgeschermde tuin, maar niet verder. In sommige streken (wereldwijd) wordt het percentage vrij lopende katten die lijden aan FIV geschat op 5% tot zelfs 40% (Japan), waarbij met name ongecastreerde zwerfkaters de grootste kans lopen om besmet te raken, omdat zij territoriumgevechten houden.

Wordt een nieuwe kat aan een groep toegevoegd, dan moet deze uit een beslist FIV-vrije omgeving komen, wat doorgaans het geval zou moeten zijn als het een kat van een serieuze fokker betreft. Wordt een kat aan het kattenbestand toegevoegd waarvan niet bekend is, of deze in aanraking geweest kan zijn met kattenaids, dan kan het verstandig zijn de nieuweling te laten testen alvorens deze in huis op te nemen.

In dierenasielen bijvoorbeeld wordt vanwege geldgebrek niet altijd standaard op FIV getest. mocht u onverhoopt toch een kat met aids in huis hebben, zorg dan dat de kat niet in aanraking komt met 'vreemde' katten. Het beste kunt u uw kat binnenhouden.

Bron: Handboek katten fokken - Esther Verhoef